De grote man somberde voor zich uit. Alle kleur leek uit zijn leven verdwenen. Terwijl hij op zijn zetel zat kon hij uitkijken over het land. Een land vol overvloed. Mensen, vee en vruchtbare landerijen. En hij kon over alles beschikken. Maar hij zag het niet. Gekweld door kwade gedachten, geplaagd door wantrouwen. Dan liep hij als een razende door het huis, zodat zijn bedienden zich grote zorgen over hem maakten.
Toch was het allemaal zoveel anders begonnen. De grote man uit de kleine stam was de belangrijkste man van het land geworden. Volledig tot zijn eigen verrassing. In het begin had hij zich suf gezocht naar de ezelinnen van zijn vader. Hij was al zo lang aan het zoeken dat zijn vader zich ongeruster over hem maakte dan over die ezelinnen. Toen kwam hij een ziener tegen die hem over zijn grote toekomst vertelde. En het was allemaal uitgekomen.
Vroeger trok er even een glimlach over zijn gezicht als hij er aan terugdacht dat de ziener het volk van de kleine mensen bij elkaar had geroepen. En hoe benauwd hij was geworden toen zijn lot steeds dichter bij kwam. Hoe hij zich had verborgen tussen de bagage. Een grote man die zich zo klein mogelijk wilde maken omdat hij als een berg opzag tegen zijn lot. De zucht van ontzag die er door het volk van de kleine mensen ging toen hij voorgesteld werd. De grote man stak met kop en schouders boven de rest uit. Heel het verlangen van het volk van de kleine mensen werd op zijn schouders gelegd. Verlangen naar vrede, naar welvaart, naar veiligheid. Hij kon het zelf niet bevatten, niet geloven. En iedereen die een beetje mensenkennis had fronste de wenkbrauwen: moet die man onze leider zijn? Maar het volk van de kleine mensen was laaiend enthousiast. Dit zou het einde betekenen van vernedering, honger, armoede, plundering en verkrachting.
En die keer dat hij zijn eerste strijd voerde. Hij had het zelf niet verwacht. En vele anderen ook niet. Maar hij kreeg een groot leger bij elkaar. De overwinning was een keerpunt in het leven van het volk van de kleine mensen. En in het leven van de grote man. Woedend was hij op de vijand geweest. De vijand wilde van iedereen in de stad het rechteroog uit steken. Razend maakte hem dat. De vijand die het hele volk van de kleine mensen wilde vernederen. In zijn woede hakte hij een stel ossen in stukken en stuurde de stukken door het land. Als je niet mee wilt vechten, zullen je runderen ook in stukken gehakt worden, was de boodschap die hij het land in stuurde. In zijn woede mobiliseerde hij een groot leger en trok er op uit. Met het strategische inzicht van een ervaren krijgsheer verdeelde hij het leger en viel van drie kanten aan. De vijand had geen kans en werd verslagen.
Hij zou de geschiedenis ingaan als een groot krijgsheer. Steeds weer trok hij er op uit met de sterkste mannen om te vechten tegen vele vijanden. Hij voerde oorlogen tegen de zes machtige landen die zijn land omringden en steeds weer binnenvielen. Zo maakte hij een einde aan de voortdurende plunderingen. Hij werd hierdoor steeds machtiger.
Ondertussen had hij ook nog tijd voor een gezin. Met zijn vrouw kreeg hij drie zonen en twee dochters. De oudste zoon was voorbestemd om zijn leidersrol over te nemen. Zijn dochters zouden de vrouwen worden van heldhaftige en moedige legeroversten.
Maar zijn voortdurende vechtlust en opvliegende karakter maakten hem onvoorspelbaar en wispelturig. Eerst drukte de verwachting van het volk van de kleine mensen nog zwaar op zijn brede schouders. Later steeg de macht hem naar het hoofd. Op een dag vervloekte hij zonder het te weten zijn eigen zoon. Alleen door het ingrijpen van zijn eigen leger werd voorkomen dat hij zijn troonopvolger om het leven bracht. Er begonnen zich donkere wolken over zijn leven te vormen. Hij speelde steeds vaker vuil spel en verspeelde hiermee de gunst van de ziener. En ten slotte van de grote koning. Vooral diegenen die hem het meest na stonden moesten het ontgelden in de spelletjes die hij speelde. Zo beloofde hij zijn dochter aan de één en gaf haar aan de ander. Een andere keer beloofde hij zijn dochter aan iemand die eerst nog een te moeilijke strijd zou moeten voeren en daarbij het leven zou moeten laten. De grote man moest leren dat het beter is om te luisteren dan om eigenzinnig te doen wat hij zelf dacht dat goed was. Maar toen was het al te laat. Zijn leiderschap zou niet blijven bestaan kondigde de ziener aan. En wat de ziener zei kwam altijd uit. Ondanks de smeekbeden van de grote man verliep zijn leven anders dan de verwachting.
Het hielp hem niet dat hij met kop en schouders boven de rest uitstak. Zijn schouders konden de zware last en de weelde niet dragen. Steeds vaker somberde hij voor zich uit. Alleen rustige muziek kon hem dan uit zijn zwaarmoedige buien halen. Daarom raakte hij gesteld op zijn vaste muzikant. De grote man werd een trieste man. Nog steeds zocht hij mensen uit vanwege hun heldhaftigheid. Moedige mannen. Zoals de man die de reus versloeg. Maar tegelijkertijd groeide zijn wantrouwen tegenover zijn naaste makkers. Dezelfde angst van het begin maakte zich van hem meester. Voorbij was de tijd van de overwinningen, van het toenemen van zijn macht, van het gevoel de hele wereld aan te kunnen. Angst en wantrouwen beheersten zijn leven. Steeds meer geplaagd door sombere gedachten. Overmand door een kwade geest.
De muzikant werd zijn grootste vijand. Als kundig strateeg wist de grote man dat hij niets tegen de muzikant kon uitrichten. De muzikant behaalde teveel overwinningen en roem en bracht onmogelijke opdrachten tot een goed einde. Hij werd legeraanvoerder. De grote man moest de muzikant zelfs met zijn dochter laten trouwen. Op alle terreinen van zijn leven kwam de grote man de muzikant tegen. Zijn oudste zoon, de gedoodverfde troonopvolger, koos de kant van de muzikant. Zo groeiden vader en zoon steeds verder uit elkaar.
Op een dag klaagde de grote man dat hij er helemaal alleen voor stond. Dat zijn makkers, familie en het volk van de kleine mensen hem allemaal in de steek hadden gelaten. Hij werd een verbitterde man die met zijn speer in zijn hand zat en dood en verderf zaaide in zijn eigen omgeving. Bij zijn vrienden en binnen het volk van de kleine mensen. Hij vergreep zich zelfs aan de apart gestelden. Hij liet ze doden nadat ze de muzikant geholpen hadden. De donkere wolken pakten zich samen tot een grote donderwolk die boven zijn leven hing en alle licht van de zon tegenhield.
Ach dat was allemaal sombere toekomstmuziek. De grote man kon niet vermoeden dat er nog veel donkerder tijden zouden komen. Hij kon zich niet voorstellen dat het allemaal nog veel erger kon. Dat hij de dood van zijn drie zonen mee zou maken voordat hij zichzelf van het leven zou beroven. Hij had genoeg aan zijn eigen somberheid. Hij zat op zijn zetel met zijn speer in zijn hand en somberde voor zich uit. Alle kleur was uit zijn leven verdwenen. Hij zag de overvloed niet. De mensen, het vee en de vruchtbare velden. Alles waar hij over kon beschikken. Gekweld door kwade gedachten, geplaagd door wantrouwen.
De ziener had het zo duidelijk gezegd: Dwaal niet af om achter iets aan te lopen dat niets oplevert en niet bevrijdt, omdat het niets is. Te laat. De gunst verspeeld van de ziener en van de grote koning van het volk van de kleine mensen. Overmand door somberheid. De muzikant tokkelde een rustige melodie. Trillend trof de speer de wand vlak bij de muzikant. Hij kon hem nog net ontwijken. Het aftellen was begonnen.
maandag 30 maart 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten